Brabant en Gelre in relatie tot het graafschap Holland deel 1

Inhoud



Brabant en Gelre in relatie tot het graafschap Holland


1 Inleiding 

2 Leenheren en graven 

2.1 Overeenkomsten der vorsten 

3 De Hollandse geschiedenis met Friesland en West-Friesland 

3.1 De elfde eeuw 

4 Brabant en Neder- Lotharingen 

4.1 Tijdlijn vorming Duitse Rijk, Opper-Lotharingen en Neder-Lotharingen 

4.2 De graven van Leuven worden hertogen van Brabant 

4.3 Van Neder-Lotharingen naar Brabant 

4.4 Cuijk 

4.5 Kleef 

4.6 Cultuur 

4.7 Ridderorden 

5 Drie beroemde veldslagen die grote gevolgen hebben 

5.1 Onderlinge relaties van Holland, Brabant en Gelre 

5.2 Overzicht Hohenstaufen en Welfen 

5.3 Brabant en de familie van hertog Hendrik I 

6 Hendrik II van Brabant en Willem II van Holland 

7 De ontwikkeling van leengebieden 

8 Overzicht hertogelijke families van Brabant 

9 Aleid en Floris V 

10 Overzicht Gelre 

11 Limburg 

12 Vlaanderen en de banden met Holland en Frankrijk 

Literatuur 

Afbeeldingen 









  1. Leenheren en graven.


Land is het hoogste bezit. Graven vechten hierom en zelfs vechten broers tegen elkaar. Floris de Zwarte streed tegen Dirk VI en Willem I tegen Dirk VII om het vermeende eigendom van de gebieden.


In 1101 is de eerste graaf van Holland vermeld.1 Floris IV eerder en later Willem II in 1246, noemden zich graaf van Holland en Zeeland, ook voogdes Aleid tekent op oorkonden tutrix Hollandie et Zelandie2. In feite was het zuiden van Zeeland een omstreden gebied. Holland is als bestuursgebied van het Heilige Duits Roomse Rijk in de tweede helft van de 11eeeuw ontstaan.

De graaf van Holland was leenman van Brabant, die weer leenman was van de Duitse keizer. Tot 1283 is over eigendom en leen strijd gevoerd, daarna ontsloeg Hertog Jan I Floris V van alle leenhulde. Brabant en Holland zijn in de dertiende eeuw met elkaar bevriend door huwelijken en dit eindigt in 1295. De Brabanders kiezen daarna de kant van Vlaanderen een voor hun belangrijkere strategische bondgenoot tegen Frankrijk. Holland, Zeeland en Henegouwen vormen de erfenis van Jan II van Avesnes en gaan na anderhalve eeuw later over naar de Bourgondiërs. Eerder huwt in 1252 Willem II Elizabeth van Brunswijk-Lüneburg, dochter van hertog Otto I en hij kreeg hierdoor toegang tot vele Duitse Welfische vorstenhuizen die hij nodig had voor een toekomstig koningschap. Floris huwde gravin Beatrix van Vlaanderen met een lastige schoonvader Gwijde. In het gewapendconflict met Vlaanderen betreffende het gebied Zeeland bewesten Schelde heeft Vlaanderen de steun van het Franse leger.

Gelre eens een groot gebied en ook door huwelijken verbonden aan bovenstaande graven zal door gebiedsuitbreiding van Holland Brabant sterk in gezagen omvang afnemen, de graaf van Gelre verkocht zelfs de aanspraak op Limburg van wege zijn grote schulden.

In al die jaren was er een voortdurende rivaliteit tussen Brabant,Gelre, Vlaanderen (Dampierre) Henegouwen (Avesnes), Utrecht en Holland. Sinds de 11eeeuw is er een blijvend twistpunt over de rechtmatigheid van degebieden in Zeeland bewesten Schelde, tussen Holland en Vlaanderen. Het betrof het tegenwoordige Walcheren, Noord en Zuid- Beveland·,een leengebied dat steeds belangrijker voor de handel werd.

Ridders waren aan de vorst gebonden ruiters die ingezet werden voor oorlogsvoering. De heer kocht hun land gaf het in leen en verwachtte hun opkomst als er gestreden moest worden. Het ridderschap wordt

bij milites toenemend als eer gezien, een verhoging van de status die door een ceremonie bevestigd wordt. Ook vorsten ervaren dit.  In Zeeland werd Floris de Voogd voor de strijd tot ridder geslagen. In Woeringen werden voorde slag velen tot ridder geslagen. Van het Hollandse Huis is bekend dat Floris IV tot ridder is geslagen. Wie Floris IV geridderd heeft in 1231 is mij niet bekend. Het zou mij niet verbazen als dit Hendrik I van Brabant geweest is.

Willem II is tot ridder geslagen in 1247 in de Domkerk te Keulen op weg naar zijn koningschap.


noten

1. Floris II, oorkondenboek van Holland en Zeeland tot 1299, no.92. Het huis Holland begint in 885 met Gerulf uit graven van Friesland.

2.Blok ,150 het verdrag van Hedensee herstelde de leeneed met Vlaanderen.


Floris V is in januari 1278 door Hertog Jan I van Brabant tot ridder geslagen tijdens een toernooi te

s-Hertogenbosch.1 Ridder zijn (van oorsprong miles), betekende een passende uitrusting, leiderschap in de Kruistocht, toegang tot deelname aan de toernooi en voorrang bij officiële gelegenheden. Ministeriaal zijn betekende niet dat men, ondanks de rang van landheer of vorst had er automatisch een ridderslag zou volgen, hoewel de ridderslag in principe was voorbehouden aan ridderboortigen.2 De ridderslag werd een eer, die wel een verbintenis met de vorst inhield.

Over het ridderen in de 13eeeuw is weinig bekend omdat er vrijwel nooit een oorkonde werd gemaakt van een ridderslag.Soms is er een aanwijzing. Floris V verving in 1278 zijn jachtzegel door een ridderzegel, Floris IV eind 1231 en Willem II paste zijn zegel aan tussen 1252 en 1255.4


De afbeelding toont de ridderslag van Willem II  te Keulen verleend in 1248.

Linksonder de toernooiheld Floris die helaas jong gesneuveld is.


















Het graafschap Holland en omringende vorstendommen


  1. Inleiding

Vanaf het begin van de twaalfde eeuw nam de groei van belangrijke gebieden in Holland, Brabant en Gelre sterk toe. Floris II, De Vette, noemde zichzelf in 1100, als eerste Hollandse leenman, de graaf van Holland. Leenmannen worden graven en graven hertogen. Huwelijken, bondgenootschappen, verdragen worden afgewisseld met aanvallen door vijandschap of afgunst en zorgden in de oostelijke en zuidelijke aangrenzende gebieden voor veel onrust. Het gebied Lotharingen is gedurende eeuwen vanaf de invallen der Noormannen een toneel van oorlogen verwoesting en plundering. Friesland is al eeuwen een land van strijd. In de twaalfde eeuw ontstaat enige stabiliteit en komt vanuit religieuze bewegingen en kloosters punten van rust en orde waar vanuit de rust de behoefte aan vrede gestimuleerd wordt. Dit maakte vanuit de toenemende bewustwording van cultuur en beschaving ontwikkeling van steden mogelijk.

In landstreken ontstaan machtige heren. De hertogen van Brabant ontstaan uit het gravenhuis Leuven en zij verrijken zich tot bezitters van grote gebieden. Ook de Gelderse graven lieten geen kans voorbijgaan weinig te geven en veel te nemen. Daarnaast lieten belangrijke huizen Kleef en Limburg zich niet ongemoeid in het toneel buiten Holland en Friesland. De bisschoppen van Utrecht en Keulen stonden, voordat de Investituurstrijd ten gunste van het pauselijk gezag werd beslist, onder keizerlijk gezag. Ook de bisschoppen lieten het niet na hun macht te vergroten met gebiedsuitbreiding. Zij vormden de belangrijke geestelijke centra in het noorden midden en zuiden. De bisschop van Utrecht verloor veel gebied aan de sterke graven van Holland. Floris V werd zelfs heer van het Sticht na een gewonnen strijd met Jan van Nassau. In die eeuwen draaide alles om macht. Om een machtsevenwicht te krijgen was er eenzeker streven een bisschop uit een grafelijke familie te benoemen waardoor er natuurlijk van onpartijdigheid geen sprake was en een machtsblok was gevormd.1 Een bisschop alleen was kwetsbaar, verbonden aan een vorst oppermachtig. Ondanks de vele oorlogen krijgen steden veel rechten. De tijd voor ontwikkeling van handel, nijverheid en cultuur zette door en vanuit centrale punten langs grote rivieren de Rijn, Maas, Waal en Schelde ontstaat rijkdom. Graaf Floris III had broers, de bisschop van het Sticht, Boudewijn van Holland en Otto graaf van Bentheim,zijn echtgenote was Ada van Schotland, zijn zoon huwde een gravin van Kleef en hij was bevriend met keizer Barbarossa.










Kaart West Friesland en Friesland in de 9een 10e

eeuw De kaart toont het oorspronkelijke

Friese gebied. De Hollandse graven voerden

strijd tot midden 13eeeuw om West Friesland.






De afbeelding toont Floris II , Dirk VI, Floris III en Dirk VII




Voorwoord


In deze uitgave van de nieuwsbrief van de S.H.O.H heb ik getracht een samenvatting te maken van de onderlinge relaties in de diverse landstreken van de Lage Landen die ontstaan zijn in de periode van de jaren 1000-1300.

Er werd door hertogen, graven en landheren veel oorlog gevoerd en de dertiende eeuw was zeker een bloedige periode. De vechtersbazen waren allen leenmannen van de Duitse keizer of Franse koning, dus in feite behorende tot de nederige onderdanen. Een leenvrouw gold als niet volwaardig en kon alleen als voogd die positie tijdelijk beheren.

In de loop der tijd ontstond door opwaardering en verovering van het te beheren land het algehele besef dat zij heren waren zonder leen, een graaf werd een hoge rang. Hun onderdanen waren natuurlijk wel aangestelde leenmannen en de heren lieten zich graag leengebied aanbieden en konden zij een leenman in zijn gepaste rang bevestigen. Voor de Stichting ligt de nadruk van het onderzoek op het Hollandse gravenhuis, dit kan echter niet zonder de belangrijke gebieden zoals Gelre en Brabant te beschrijven. Dit is dan ook zo beknopt mogelijk gedaan en het gravenhuis is doorlopend in de tekst te herkennen.

Graag ontvang ik correcties of aanvullingen voor zo ver u in de gelegenheid bent op de inhoud van dit werkstuk te reageren.



Albert de Bruijn, voorzitter

Amstelveen, november 2019



2.2 Overeenkomsten der vorsten

De Hollandse graven waren vanouds leenheer van de Duitse keizer. In het besef dat zij met hun grafelijke titel ook meerdere gebieden konden besturen trachtten zij hun eigendommen uit te breiden ten koste van andere edelen. Eenzelfde fenomeen gebeurde in Brabant. Het versnipperde Gelre zoekt eveneens naar aansluitend land. De eer van een hertogdom, met de rang van legeraanvoerder heeft Holland nooit gekregen, desondanks had de Hollandse graaf een zeer hoog aanzien. In het Hollandse gebied en het Sticht hadden de steden met uitbreiding van de verkregen stadsrechten in de 13eeeuw een hogere stedelijke marktpositie.

Dordrecht, Middelburg, Alkmaar, Leiden, Haarlem en Delft waren in vergelijking met Gelderse steden zoals Harderwijk, Emmerik, Lochem, Arnhem en Tiel zeer omvangrijk. In Brabant waren den Bosch, Reimerswaal, Antwerpen en Leuven beslist toonaangevende handelsoorden.

De graven van Holland reisden veel in hun domeinen. Om van Noord naar Zuid te reizen was het van belang goede relaties te onderhouden met Vlaanderen en Brabant, een oorlogsgebied kon zeer riskant zijn. Diplomatie, geslepenheid egoïsme en macht vormden een basis in de verhoudingen onderling.

In de relaties met Brabant en Gelre en het graafschap Holland wordtgezocht naar:

De ontwikkeling in de diverse landstreken Holland en West Frisia

Dynastieën en huwelijk

Onderlinge contacten van graafschappen

Wederzijdse beïnvloeding

Uitwisseling van familieleden Brabant Holland en Gelre

De relatie met Duitsland en Frankrijk Engeland

Bekende oorlogen

Vooruitzichten van verdere ontwikkeling met Willem II en Floris V

Einde Hollandse Huis, de toekomst van Henegouwen en Vlaanderen


3. De Hollandse geschiedenis met Friesland West-Friesland.

De Fries Gerulf II en zijn kleinzonen regeren als eerste West-Frieze graven tot midden 1100. Daarna zal de naam Holland, het houtland, ingebruik komen.5Het graafschap wordt vermeld in de eerste koningsoorkonden van koning Arnulf van Karinthië (887-899) dat het verleend is aan graaf Gerulf II en een verlening van Koning Karel de Eenvoudige aan graaf Dirk I.6 De koning had beiden erkend als graven van West-Frisia. Sinds 880 kwam het westelijk kustgebied toe aan Lotharingen als hertogdom van het Oost-Frankische Rijk, het middenrijk wordt dan opgeheven.7 Het gebied wordt omschreven als de lage landen.

Vanaf de negende eeuw teisteren rooftochten van Vikingen de lage landen en Normandië. De koningen zoeken oplossingen voor de voortdurende strijd en bedenken een leenvorm om rust te vinden door de aanvoerders met het belonen van land aan zich te binden.

De laatste landheer Godfried de Deen (ook bekend als Godfried de Noorman) werd wegens zijn toe-eigening van land in 885 vermoord. Hij was als krijgsheer protector door de Franken aangesteld en niet als leenheer maar met de naam Dux de Frisia. Godfried en Siegfried hadden daarvoor rooftochten ondernomen langs de gehele kust en in het Maas Rijn-gebied. De keizer kon slechts hem met eer en een huwelijk met Gisela van Lotharingen aan hem binden. De diefstal werd hem daarom als verraad zwaar aangerekend. 8

De Deen voerde het bewind over Frisia; een groot gebied met de Betuwe, het kustgebied in Zeeland, Holland, Friesland, Groningen en Oost-Friesland. In plaats van het Frankisch gebied te beschermen liet hij invallen van Vikingen toe die oprukten vanuit Dorestad en provoceerde hij de keizer die hem ontbood en hem liet ombrengen. Door deze verwikkelingen verliezen de Franken hun vertrouwen in de Denen en kiezen in 885 een leenman uit de Friese adel Gerulf II, de kleinzoonvan graaf Gerulf I. De laatste had van keizer Lodewijk de grafelijke waardigheid van Midden Frisia ontvangen waarmee bedoeld wordt het latere Midden Nederlandse rivierengebied.


De geschiedenis is niet volledig en om toch een beeld te vormen van de graven en hun plannen volgt een kort overzicht van de meest waarschijnlijke voorouders van het Hollandse gravenhuis.

(Gerulf I + 839),

hij heeft een zoon die meest waarschijnlijk Dirk genoemd werd (+880) graaf in Noord -Frisia.

Dirk krijgt een kleinzoon Gerulf II ( 850-898) met een broer Gardulf. Achterkleinzonen zijn Dirk I van Holland (916-913) en Waldger (892-936). Waldiger is ouder dan Dirk maar wordt niet beschouwd als stamhouder.


Koning Arnulf maakt met een schenking Gerulf II graaf van West-Frisia, als leenman van keizer Karel de Dikke 876/887. De West-Frankische koning Karel de Eenvoudige (898-923) schenkt Gerulf de kerk van Egmond met de bezittingen Zo begint in Kennemerland onder Gerulf II een graafschap dat zich ver zal uitbreiden.

Gerulf II had twee zonen; Waldger die de bezittingen in het centrale rivieren-gebied bestuurde; Utrecht en onder meer Teisterbant, een, gouw van Vlaardingen tot Tiel, met Nifterlake.  Dirk I, hij erfde hetwestelijk kustgebied (Kennehim of Kinnin, Kennemerland). De beloningen van de opeenvolgende Frankisch Duitse koningen heeft hun veel welvaart gebracht. Hiermee konden zij het te beheren land vergroten. Dirk I leefde van 896-929/939, misschien werd hij maar 33jaar? Zijn erfgenaam Dirk II ontving het bestuur over het Maasland, Kennemerland en Texel en hij ontving deze gebieden zelfs in eigendom in 985 van de Oost Frankische koning Otto III, waarmee hij het grootste deel van de kusstrook in handen kreeg. Hij trouwde met Hildegard van Vlaanderen, de dochter van Arnulf I graaf van Vlaanderen.

De zoon van Dirk II ook met de naam Arnulf, breidde de Friese kust nog meer uit naar het zuiden richting de Schelde. Ondanks zijn huwelijk ging de opvolging in Vlaanderen aan hem voorbij.9 Vlaanderen zal door huwelijken meerdere keren ter sprake komen evenals de betwiste Bewester- Schelde gebieden. Met de poging tot inname van noordelijke West-Friese gebieden verloor hij veel land en in het tragische verloop werd Arnulf door de West-Friezen dodelijk verslagen. 10

Dirk III, de zoon van Arnulf is minder volgzaam en durft zelfs keizerlijk gezag te weerstaan. In de Maasmonding perst hij varende handelaren uit Duitsland grote sommen geld af.


In 1018 komt de Slag bij Vlaardingen, een gevecht met keizer Hendrik II over de wederrechtelijke toe-eigening van Friese gebieden rond de Merwede. De keizer trok met een enorm leger naar Vlaardingen en wil de burcht van Dirk bezetten. Het grote leger werd aangevoerd door hertog Godfried van Lotharingen, dit is een hoofdrolspeler in het Duitserijk. Het keizerlijk leger lijkt in het voordeel te zijn maar er ontstaat een wending. Onverwachte paniek bij de oversteek naar de met water omringde burcht maakt het mogelijk dat het leger van Dirk kan aanvallen. Korte tijd later kreeg hij steun van de eerst afwachtende West-Friezen. De verdediging won en hertog Godfried wordt gevangengenomen, de bisschop weet te vluchten en hiermee is de wapenstilstand een feit. Dirk verzoende zich met de bisschop van Utrecht en de keizer tevreden gesteld ondernam geen gewapende acties meer tegen de graaf. Het verzet van Dirk III was het geslaagd begin van deverdediging van een eigen land en bestuur, de beloning in ruil voor de losgelaten hertog. Inname van land zal in de elfde eeuw nooit zonder strijd blijven.

Broer Arnulf breidde zijn gebied naar het zuiden uit Dirk III, naar het oosten. Dirk was getrouwd met Othilde wiens Duitse afkomst onduidelijk is, vermoedelijk was zij een Saksische gravin. Zij krijgen vier kinderen. Ook de zonen Dirk IV en Floris I werden ook bekend omhun expansiedrift die onvermijdelijk tot confrontatie met andere vorsten zal leiden.


1.Burgers, 137, Rijmkroniek van Holland.

2.Een ministeriaal heeft een onvrije afkomstmet beheer over goederen, leger of land.

3.Janse, 320.

4.Kruisheer, 55.

5.Nieuwenhuizen, de Nederlandse Leeuw 38 de afstamming van Dirk I is van Gerolf I en niet van Radbod V, deafstamming Gerolf is niet zeker.

6.Nieuwenhuijsen. 217. Arnulf was koning vanOost Francië en Lotharingen.

7.Neder-Lotharingen omvat het gebied Frisia,het lage land tot de Schelde, uitgezonderd Vlaanderen, hettoekomstige, Henegouwen, Brabant en Luxemburg en de bisdommenUtrecht , Keulen, Luik en Kamerijk.

8.Denen als beheerder tegen Vikingaanvallen.Rorik ( 820-880) was voor Godfried beschermheer in Frisia.

9.De Franse koning Hugo Capet steltBoudewijn IV aan als graaf, leenman, van Vlaanderen. Dirk II bezatlenen van de keizer en van de Vlaamse graaf in de regio Gent. Zijn vader was Arnulf van Gent, burggraaf.

10.Nieuwenhuijsen (red.) 163-166, oorzakenvan de confrontatie in Vlaardingen.

                                                                    

                                                                       Afbeelding van de slag bij Dordrecht Anno 1018.


Dirk III verslaat de hertog van Lotharingen (Barend Wijnveld 1835-1897).1 Als er gevochten moet worden is de hertog van Lotharingen de legeraanvoerder. Hij is per koninklijk besluit ingesteld als bewaker van de grenzen en als voogd over kerken en de hun verbonden instellingen. De oorlogen van de graaf met de keizer waren in  1046-1047 en 1048.

Dirk had een bijnaam, Hierosolmyta. Hij was volgens Johannes de Beke in 1030 op pelgrimage geweest naar het Heilige Land. Met de bisschop van Utrecht was er regelmatig spanning over het eigendom van het Stichtse land. Tijdens zijn leven had hij zich grote gebieden van het bisdom Utrecht toegeëigend. De keizer had weliswaar de bisschop nodig in zijn bestuur en diende hem te beschermen, maar hij was Dirk mild gezind en vergaf zijn dwalingen. Hij was n.l. de zwager van zijn moeder Lutgardis van Luxemburg.


De elfde eeuw

Dirk IV 1000-1049 eigende zich ook van de bisschop van Utrecht land en kerken toe. Door deze brutale acties kwam hij onvermijdelijke in conflict met keizer Hendik III. De bisschoppen waren hem zeer trouw en van grote waarde in de regio. Om zich bij een volgend gewapend treffen van steun te verzekeren sluit Dirk verbintenissen met de hertog van Opper-Lotharingen (Godfried II met de Baard) en de graven van Vlaanderen en Henegouwen.2  Het onvermijdelijke gebeurt weer. De keizer stuurt in 1046 een vloot ter waarschuwing van Dirk IV en zijn bondgenoten. Keizer Hendrik III wil de dreiging uit het westen vernietigen en straft Dirk met een tweede expeditie in 1047. Vlaardingen en de burcht in Rijnsburg worden volledig door legerbendes verwoest. In Rijnsburg had Dirk zich buiten het gezag om muntrecht toegeëgeind, tot grote onvrede van de bezitter van deze rechten, de bisschop van Utrecht. In zijn terugtocht lijdt de keizer grote verliezen. Dan herstelt hij zich en komt terug met steun van de bisschoppen van Utrecht, Luik en Metz en verslaat Dirk IV, die het gevecht met de dood in 1049 bij Dordrecht moet bekopen.

De overgelopen hertog van Opper-Lotharingen werd in 1047 gevangengezet. Hij bekende schuld voor zijn wangedrag en onderwierp zich. Vervolgens werd hij hersteld als hertog onder het keizerlijk gezag. Als straf werd hem Neder-Lotharingen ontnomen.

Godfried voelde zich bestolen en zocht  mogelijkheden het verlies te herwinnen. Hij sloot een verbond met de graaf van Henegouwen, de graaf van Vlaanderen Boudewijn V en graaf Floris I. De keizer werd brutaal uitgedaagd door de plunderingen van omliggende leengebieden en pogingen tot inname van bisdommen. Keizer Hendrik III trad hard op. Boudewijn V en Godfried moesten de strijd opgeven en de laatste verliest Opper-Lotharingenen werd weer gevangen gezet.3 Ook nu is de keizer vergevingsgezind en na zijn vrijlating wist Godfried naveel omhaal stadhouder des keizers in Italië te worden.

De West-Friese gravenfamilie ervoer na de dood van Dirk IV veel tegenslag. Broer Floris I werd in 1061 gedood in een gevecht met burggraaf van Utrecht Willem van Cuijk. Als gevolg hiervan verloor zijn weduwe Gertrude van Saksen de westelijke gebieden Rijnland en Kennemerland aan de bisschop van Utrecht. Na een periode van droefenis kwam hulp. Robert van Vlaanderen, die in 1063 met Gertrude getrouwde, gelukte het de legers van Utrecht en Neder-Lotharingen teverslaan en de gebieden komen weer terug bij het erfgoed van Dirk V.4


Neder-Lotharingenwerd bestuurd door Godfried met de Bult die ondanks zijn misvorming een groot veldheer was. Bisschop van Cuijk en Godfried veroverden in 1072 heel West-Frisia. In 1076 weten Robert (bijgenaamd de Fries) en Dirk V met list moord en wapengeweld de West-Friese gebieden te heroveren en werd het grafelijk gezag daar voor Holland hersteld.
Voor hen loopt hen slecht af. Willem en Godfried werden kort na elkaar in Delft vermoord en dit noodlot werd gezien als een goddelijk oordeel. Koning Hendrik IV en paus Gregorius VII waren in een felle Investituurstrijd verwikkeld en de bisschop en de hertog hadden de koning gesteund. Twijfels over het pauselijk gezag waren een doodzonde.

Zoon Floris II, bijgenaamd “De Vette “werd als eerste in een oorkonde in 1101 als de graaf van Holland vermeld.5 In 1046 was de naam van Holland al beperkt in gebruik en eind elfde eeuw was het ingeburgerd als gebiedsaanduiding en worden de bewoners Hollanders genoemd.6 Met eigennaam zal de graaf voortaan steeds meer de plaats van de koning innemen en eigende zich steeds meer rechten toe als onafhankelijk leenheer.


Huwelijken van graven in het West-Friese en Hollands huis:7


Gerulf I, huwelijk niet bekend

Dirk I en Gerberga van Hamaland

Dirk II en Hildegard van Vlaanderen

Arnulf van Gent en Lutgard van Luxemburg

Dirk III Othilde vande Noordmark

Dirk IV blijft ongehuwd

Floris I en Geertruida van Saksen tweede huwelijk met Robrecht de Fries

Dirk V en Othildis van Saksen

Floris II en Petronilla van Saksen (huis Elzas Lotharigen)

Dirk VI en Sophia van Rheinbeck

Floris III en Ada van Schotland 1162

Dirk VII en Aleidvan Kleef

Floris IV en Machteld van Brabant - Na 1162 zijn er geen huwelijken meer met Duitse gravinnen tot het huwelijk van Willem II met Elizabeth van Brunswijk in 1252.


Noten

1. Hertog Godfried II van Neder–Lotharingenis de zoon van Godfried I van Verdun (het huis Verdun Ardennen).Koning Hendrik II passeerde Lambert I van Leuven met dehertogelijke waardigheid voor Neder-Lotharingen en dit werd eenerfelijke rang voor het grafelijk huis Verdun. De hertog ismilitaire gouverneur.

2.Bijsterveld, 86. Godfried II met de Baard,werd tweemaal afgezet uit Opper-Lotharingen en kreeg in 1065Neder-Lotharingen.

3.Bijsterveld, 86, Godfried met de Baardkreeg alleen Neder-Lotharingen terug in 1065.

4.Blok, 110, 113 Robert de Fries inVlaanderen genaamd, kreeg als apanage voor zijn huwelijk geheelRijks-Vaanderen. Na een strijd ontving hij het gebied van koningHendrik IV in leen. Richildis Henegouwen.

5.Van der Spiegel, 80. Een eerdere oorkondeuit 1083 bleek vals te zijn.

6.Burgers, 203, 207 in de ontgonnen gebiedenlangs de Rijn, Hollanders, 209.

7.De afkomst Gerulf I 839 ? is niet zeker.


4.Brabant uit Neder-Lotharingen


De afbeeldingen tonen de grenzen tot Brabant in de twaalfde of dertiende eeuw als dit een hertogdom wordt. Het gebied was eerder een Karolingisch gouwgraafschap (met een markgraaf) van Lotharingen.


Het verdrag van Verdun in 843, met de verdeling Oost en West Francië ,de afbeeldingen tonen de opdelingen in Frankrijk, Duitsland enLotharingen en uiteindelijk de tweedeling met Opper en NederLotharingen.

Lotharingen speelt als gebied een bepalende rol.














         Rechts afbeelding West Frisia (Holland),

t Sticht Vlaanderen, Brabant en Gelre.

De grens is tussen Frankrijk en Duitsland

met Henegouwen als Duits leen.

Neder-Lotharingen omvat Holland, Drenthe, het Sticht Utrecht, Gelre Loon, Luik.


4.1  Tijdlijn vorming Duitse Rijk, Opper- Lotharigen en Neder-Lotharingen.

Het gebied ontstaat vanuit het Romeinse rijk door overname met Germanen, volksverhuizingen, de komst der Franken, verdeling van de gebieden voor Saksen en Friezen, de Karolingers, het christendom en de opdeling Frankische rijk resulterend in West-Francië

De geschiedenis van Lotharingen ontstaat in het Frankische Rijk. Aanvankelijk als twee gesplitste delen dat vanaf 959 werd genoemd Nederen Opper-Lotharingen. Neder-Lotharingen werd in 1190 opgehevenen van hier uit gaat Brabant zich vormen. Het gebied behoorde tot het Frankische Rijk    (481-870) was daarna het erfgebied van Karel de Grote en werd vervolgens het eigendom van zijn kleinzoon Lotharus II (855-869). Neder-Lotharingen is dan een koninkrijk. Opper-Lotharingen was als rijksleen een hertogdom behorende tot het Rooms-Duitse Rijk.In de ontwikkeling van Brabant is het land in omvang afgenomen en werd dit in de vijftiende eeuw het rechtsgebied van Franse hertogen van Anjou.

Samengevat is de geschiedenis van Neder-Lotharingen en het zich daaruit ontwikkelende Brabant een gebied dat zich gaat vormen uit Neder-Lotharingen en de gebieden van de graven van Leuven en Brussel. Het vormt zich als Brabantgouw, markgraafschap en van landgraafschap tot een hertogdom.

Hertog Hendrik I van Lotharingen 1096 en Jan I van Brabant 1290

Muurschildering in het stadhuis van Antwerpen waarmee aangeduid wordt

de overgang in het hertogdom Lotharingen naar Brabant.


4.2 De graven van Leuven worden hertogen van Brabant

Een belangrijk uitgangspunt voor de herziening van de omvang van de Karolingische koninkrijken werd het verdrag van Verdun 843, hier worden de kinderen van Karel de Grote het eens over de landsgrenzen.Het bestaande midden keizerrijk van Lotharus I werd als Lotharingen ingedeeld in het Duitse Rijk en was tot 903 een koninkrijk.

Het hertogdom Lotharingen kende een machtige hertog die heer en meester werd in de graafschappen gesteund door de even machtige bisschoppen van Keulen.1In het hertogdom heerste veel onrust en wapengeweld. Gebieden werden ingenomen en verdeeld tussen de aanvallers uit Oost en West. In 959 werd Lotharingen gesplitst in een Noordelijk deel, Neder-Lotharingen en een zuidelijk deel Opper-Lotharingen als hertogdom. Beide Lotharingen zijn Duits leen. In het oosten  de Duitse vorstendommen, in het westen ontstond het machtige graafschap Vlaanderen tussen Schelde en de zee met Duitse en Franse lenen en het lager gelegen Frankrijk.


 4.3 Van Neder-Lotharingen naar Brabant

Neder-Lotharingen werd sinds 977 bestuurd door afstammelingen van de koning van Frankrijk, de Ottonen uit Beieren of belangrijke vorsten in het Duits-Roomse Rijk. In 1012 is Godfried II van Verdun aangesteld als hertog van Neder-Lotharingen, niet te verwarren met de in de 12eeeuw aangestelde Godfried met de baard. Godfried II is voor ons interessant, omdat hij eerder beschreven is. Hij vocht tegen Dirk III als aanvoerder van het Duitse leger in de slag bij Vlaardingen waar hij gevangen werd genomen.

In Neder-Lotharingen, droegen de graven voortaan de naam Leuven Brabant. De naam Brabant is niet nieuw. Deze kwam het eerst voor als gouwgraafschap en was eigendom van de Karolingen met de naam pagus Bracbatensis. Van een markgraafschap ontstond er in 1085 een landgraafschap Brabant met Hendrik III van Leuven (1079- 1095) als eerste landgraaf. Daarna vormde zich in het hertogdom Neder-Lotharingen uit de gouw en het landgraafschap het hertogdom Brabant in 1190.


Hendrik I van Leuven (1190-1235) was volgens de datering dan de eerste hertog van Brabant.2

In Neder-Lotharingen lag het landgraafschap Brabant tussen Dender en Zenne. Dit is vanaf eind 1085 op gezag van de Duitse Keizer Hendrik IV onttrokken en kwam onder gezag van graaf Hendrik III van Leuven (1079-1095). De graven van Leuven slaagden er in met hun machtspolitiek het gebied van hier uit te vergroten. Van 1085-1190 heersten krachtige hertogen, de eerste in de rij is Godfried I met de baard, die in 1106 de hertogelijke waardigheid mocht ontvangen. Godfried I met de baard is graaf van Leuven. Vermoedelijk is dit huis ontstaan in 1003. De belofte aan zijn vader Brabant te verrijken met Lotharingen is met zijn baard verzegeld en hij heeft dit waargemaakt. Godfried was in staat zijn territorium zo uit te breiden, dat het de grenzen krijgt die later het hertogdom zullen Brabant vormen.

De steun van de koning van het Rooms Duitse rijk was een weldaad. Rooms-koning Hendrik V verleende in 1106 de eerste hertogelijke titel aan de graaf van Leuven Godfried I met de baard (1095-1139). Hij  voortaan hertog van Neder-Lotharingen uit waardering voor zijn steun aan Hendrik V een Welf. Hij passeerde daarmee en straft zelfs  Hendrik van Limburg die door de afgezette keizer Hendrik IV in 1101 na de dood van Godfried van Bouillon aangesteld was als hertog van Neder-Lotharingen. 3  Hierdoor komt het gebied onder één bestuur. Samen met een sterke bondgenoot Godfried I wil de koning Paus Pascalis II dwingen om hem tot Rooms keizer te kronen. De paus weigerde dit en werd gevangen gezet. Pas na de dood van Hendrik IV wordt Hendrik V keizer. Alle politieke middelen werden toegepast om kerk en adellijke gebieden in te lijven. De hertogen boden aan ingelijfde dorpen en heerlijkheden vrijheden aan en legden brutaal genoeg adellijke bezitters financiële plichtenop in ruil voor leen of bescherming. Ook verloren zij meestal hun land en werden leenman. De Lotharingen munt werd vervangen door de Leuvense munt.

Van 1106-1261 bleven de grenzen in het territorium onveranderd en ontstond een stabiel hertogelijk domein Brabant geheten met groot gezag en macht. Eerder was Limburg met Hendrik I verguld,

met de tontvangen hertog titel. De afgenomen titel zorgde er voor er een strijd met Limburg om de hertogstitel nog jaren blijft bestaan. Deze is weer door hun keuze verbonden met de strijd tussen de Welfen en de Staufen in Duitsland die door de partijen Brabant en Limburg wisselend gesteund worden. Ruim anderhalve eeuw later krijgt Jan I nade slag bij Woeringen 1288 de Limburgse hertogstitel en regeert hij ook daarna over het bijbehorende gebied. Jan had in 1283 het opvolgingsrechtgekocht van de erfgenamen van de overleden Irmgard van Limburg.


1.Blok, 94.

2.Essink, 10, vanaf 1107 noemde de graaf vanLeuven zich “ dux Lotharingiae et comes Lovanii, vanaf 1160 duxlovanii en vanaf 1235 noemt Hendrik II zich officieel dux Brabantiae.

3 Geschiedenisboek van Vlaanderen 41.



4.4 Van Cuijk

De familie van Cuijk bleef lang zelfstandig. Graaf Jan I die in de te beschrijven periode voorkomt wordt beschouwd als een gelijke van de graven van Holland en Gelre tot de veertiende eeuw. 2 Zijn gebied de rijksheerlijkheid Boxtel bleef tot 1439 onder gezag van de Duitse keizer. Midden 13e eeuw en in de 14e eeuw zijn zij bondgenoten van de hertogen van Brabant. Jan I ontving het kasteel Tongelaar in 1282 in leen. In 1296 wenste hij geen leenman meer van graaf Floris V te zijn. In 1295 was hij leenman van koning Edward van Engeland geworden en hij wordt beschouwd als een van de samenzweerders die van plan waren Floris V te vermoorden. 3


4.5 Kleef

Uitde roerige roofriddertijd in de streken rond de grote rivieren Rijn, Maas, Waal en IJssel ontstaan door de Duitse keizer in leen gegeven gebieden. Kleef werd door keizer Hendrik II in de elfde eeuw tot graafschap verheven met graven uit Zuid-Vlaanderen. Rutger Flamens werd benoemd als de eerste graaf van Kleef. Met deze voorvader zal het huis regeren tot 1368. Naar voorbeeld van Gelre zullen de graven ook dit gebied uitbreiden met rijke steden waarvan Kalkar en Wezel een goed voorbeeld zijn. De  inname van Nijmegen mislukte in de voorgenomen expansie. Deze belangrijke stad zal onder beheer komen van Gelre.

In feite was het gebied van Kleef omringd door Gelre en een oostelijk deel in Duitsland waaronder Munster en Keulen. De Zwanenburcht en de burcht Monterberg vormden het centrale deel aangevuld met delen van Utrecht, het graafschap Teisterbant en later een deel van Keulen. Teisterband behoorde ook oorspronkelijk tot het koninkrijk Lotharingen.


4.6 Cultuur

Detaal in Brabant was een mengeling van dialecten, kerkelijke taal,hoftaal en Franse invloed. 4De verhouding hertog en de adel was feodaal. Door de leenplicht op hun heerlijkheden was het gezag van de vorst van Brabant groot. De hertog sloeg vele voorgedragen knapen zoals Floris V, tot ridder. De toegenomen macht van Frankrijk bood de Franse koning de gelegenheid de hertogen te ridderen.


Afbeelding

De Franse koning Philips III geeftde ridderslag aan Jan I en zijn broer Godevaert.


De gebiedsuitbreidingen van Brabant, Gelre, Kleef ontstonden niet zondermeer. Er was strijd met de adel, kerk en landeigenaren. Kerkelijke bezittingen hadden een onschatbare waarde en toen Rooms-koning Koenraad III, midden 12eeeuw aan Godfried II van Lotharingen de voogdij over alle abdijen verleende betekende dit grote uitbreiding van macht door de verkregen vele bezittingen en schenkingen.5


4.7 Ridderorden

Wat is er bekend over de opkomst van de ridderorden in Brabant? West-Brabant bezat een Commanderij van de Tempeliers in Alphen. Deze omvatte tiental landerijen en een molen, geschonken door de heer van Breda. Onderzoekers sluiten niet uit dat Oosterhout een zelfstandige Commanderij was met aanvullende rechten op opbrengsten. 6Hertog Hendrik schenkt landerijen aan de Orde in Turnhout. Daarnaast zijn Tempeliersvestigen Heesbeen en Rixtel. In Zeeland, Vere, Zierikzee en Middelburg. De Tempeliers hadden uitgebreide woonoorden in Vlaanderen, Brabant, Henegouwen en het prinsdom Luik.

De Commanderij Gemert vestigt zich begin 13eeeuw als eigendom van de Duitse Orde behorende tot de Landcommanderij Biesen. In Holland krijgt de Duitse Orde door de Duitse band en het gravenhuis meer vestigingen. Nijmegen bezat een Commanderij van St. Jan in 1214. In Utrecht was er eveneens een hospitaal-klooster van St. Jan. De Orde van St. Jan in de lage landen hield zich voornamelijk bezig met ziekenzorg en het kloosterleven. Ik verwijs met genoegen naar Prof. Mol en zijn documentatie over de Duitse Orde en de Orde St. Jan in de noordelijke gebiedendie  in een eerdere Nieuwsbrief verwerkt is over het gewest Groningen, Friesland en Duits Oost Friesland naar Bremen toe.


5. Drie beroemde veldslagen die grote gevolgen hebben.

Bij Bouvignes in 1214 vocht Engeland tegen Frankrijk. De slag bij Woeringen in 1288 was een confrontatie tussen Brabant en Gelre. De Guldensporenslag in 1302 was een veldslag waar Vlaanderen tegen Frankrijk, met koning Filips IV in opstand kwam.


De slag bij Bouvignes in 1214 en de invloed op Duitse en Engelse vorsten.

De Franse koning FilipsII augustus en een Engels-Welfisch legeronder leiding van keizer Otto IV bevechten elkaar met, door aangesloten bondgenoten, grote legers. Geschat stonden 7000 en 8000 man tegenover elkaar. Keizer Otto IV wordt erbarmelijk verslagen. De gevolgen voor het landsbestuur zijn groot: De Welfen werden door de Rooms-koningen van de Hohenstaufendynastie (Staufen) vervangen. Keizer Frederik II veranderde het regeren vanuit een centrale macht en ging over tot decentralisatie om te voorkomen dat veel vorstendommen in het keizerrijk niet meer goed bestuurd werden. Door de diverse opstanden worden gebieden aan het rijk onttrokken. Frederik ging zich meer voornamelijk op de territoriale macht in de Duitse gebieden richten en kon hierdoor veel van het verloren gezag herstellen.

DeEngelse koning Jan zonder Land, verloor zijn Franse gebieden boven deLoire en zijn baronnen dwongen hem in 1215 de Magna Carta Liberatumte ondertekenen die de weg opende naar afname van het feodale gezagin Engeland. Het gevolg was meer lokale vrijheid en inspraak in delandspolitiek.


De slag bij Woeringen 5 juni 1288, werd gevoerd op een gebied waar nu Keulen ligt, was een bepalende veldslag voor de geschiedenis van Limburg, dat na de nederlaag ondergezag van de hertog van Brabant kwam. Er waren geen erfgenamen in Limburg en Jan I meende na de overwinning de volledige aanspraak tehebben op dit hertogdom. Daarvoor werd in de strijd een week lang de burcht van Woeringen belegerd en er volgt een vreselijke slachting onder de inwoners.

Legerleiders worden voor losgeld gevangen gehouden, enkelen kunnen ontsnappen.

Zelfs de aartsbisschop werd gevangengenomen en vernederd door hem maandenlang dag en nacht dragen van een te zwaar harnas op te leggen. Brabant verloor slechts veertig ridders, aan de  andere kant waren er heel veel doden te betreuren.


De partijen zijn: Hertog Jan I, met de graven van Kleef, Willem van Gulik, Arnold V van Loon, Adolf van Berg, Mark en Keulse burgerij. Zij vechten tegen de bisschop van Luik, de aartsbisschop van Keulen, met de graven Reinoud van Gelre, Westfalen en Walram van Luxemburg.7 De laatsten werden verslagen. Jan I ontving in 1289 de Limburgse hertogstitel. Ook Jan II heer van Arkel later ridder in de Orde van St.Jacob streed mee. Hij stond in hoog aanzien bij de graaf van Brabant en Floris V en diende als afgezant.8  De burgerij van Keulen haatte de bisschop, wegens zijn blokkades van het vervoer op de Rijn vanuit zijn kasteel bij Woeringen. De bevolking van het gebied had geen enkele moeite zich in de strijd aan te sluiten bij de hertog van Brabant en zijn gevolg. De moedige inzet van de Keulse bevolking was doorslaggevend voor het verloop van destrijd. Na zijn vrijlating neemt de aartsbisschop wraak op zijn kwelgeest Adolf van Berg door hem te ontvoeren en in een kooi ingesmeerd met honing door de insecten te laten verteren. De aartsbisschop verloor veel van zijn macht aan Brabant en aan de burgerij van Keulen.


5.1. Onderlinge relaties van Holland, Brabant en Gelre

De13e eeuw wordt gekenmerkt door landspolitiek van de graven van Holland, de graven van Gelre, de hertogen van Brabant. Daarnaast ontstond toenemende macht van Vlaanderen en hun relaties met de Franse koningen en de Duitse keizers.


Bekende huwelijkspolitiek is hieronder weergegeven.

Dirk VII van Holland huwde Aleid van Kleef (gericht tegen Gelre).

Dirk V van Kleef huwde Margaretha van Holland dochter van Floris III.

Willem I van Holland huwde Aleid van Gelre en Maria van Brabant/Leuven.

Floris IV van Holland huwde Machteld van Brabant/Leuven.

Willem II van Holland huwde Elizabeth van Brunswijk (Duitsland).

Floris V van Holland huwde Beatrijs van Vlaanderen/Dampierre.


Cirkels van politiek

De Brabantse Hendrik I werd geboren in 1165 en is hertog van 1190-1235. Hij trouwde in 1179 met Machteld van Boulogne, zij is dan 10 en hij 14 jaar oud. Het veelvuldig vechten is hem niet vreemd. Ook hij wilde zijn land zoveel mogelijk uitbreiden. De innames van het kasteel Duras en Sint-Truiden, zullen met veel bloedvergieten en wreedheden plaatsvinden. Het wapengeweld  sloot hij af met een vertrek als kruisvaarder naar het voorbeeld van zijn vader in 1183 om het  het Heilige Land te bevrijden.

Terug in Brabant ontving hij grote bewondering voor zijn moedige strijd en behaalde successen. Daarna pakte hij het zwaard weer op in eigen land. Met graaf Dirk VII werd in 1190 om het bezit van Dordrecht en omgeving hard gestreden. Dirk had een tolstelsel in het Geervliet en op de route richting Dordrecht voor eigen inkomsten uitgebreid. Dit was zeer tegen de plannen van Hendrik in. Dirk had beperkte tolleen van de Duitse keizer ontvangen. 9 Dirk VII verloor deze strijd en werd gevangen gezet. Hendrik nam vervolgens Geertruidenberg, Breda en Maastricht onder eigen beheer in. Ook de graaf van Gelre pakte hij aan en dwong hem tot tolvrijdom op de Rijnvaart.

In 1195 ontstond er een wending in de strijd tussen de Welfen en Staufenom de Duitse kroon door het overlijden van de hertog van Beieren enSaksen een geducht tegenstander van de Hohenstaufen telg Hendrik VI.10 Graaf Otto I van Gelre en op zijn verzoek graaf Dirk VII keerdenzich van koning Otto IV, zoon van Hendrik de leeuw af en steundenkeizer Hendrik VI die zeer machtig werd in en buiten Duitsland en Sicilië. 11

Dit maakte hen vijanden van hertog Hendrik I en Holland en Gelre kwamen met Brabant in oorlog in 1202. 12 Het boterde niet altijd tussen Holland en Gelre. Dirk VII was enige jaren daarvoor in conflict geraakt met Gelre over het beheer van het Oversticht. In 1197 had hij het leger van Gelre glansrijk verslagen. Toch gingen de partijen na de gesloten vrede niet kwaad uit elkaar. De families zochten een naar een oplossing en huwelijken moeten de verzoening inleiden. Dirk VII huwelijkte  zijn dochter Aleidis uit aan de zoon Hendrik van Otto van Gelre, met het streven een verbintenis voor de toekomst te garanderen. Otto van Gelre en hertog Hendrik I kwamen weer tot een gewapende strijd na het bezetten van Deventer een concurrerende stad van Zutphen. Dirk VII nog steeds in beledigd over het verlies van Dordrecht sloot zich bij Gelre aan. Ter genoegdoening van het verlies van Geertruidenberg plunderden zijn troepen’s-Hertogenbosch en nam hij belangrijke edellieden gevangen.13 De woedende Hendrik I wilde hiervoor vergelding en met een buitengewoon sterk leger versloeg hij de aanvallers en nam Dirk en Otto gevangen.

De bisschop van Utrecht zag hierdoor een kans zich te wreken. Met zijn leger richtte hij veel schade aan in Holland en Gelre en verovert Deventer en Zutphen. Na een hoog bedrag aan losgeld en verbintenis van leen van Dordrecht en omgeving mocht Dirk VII naar huis.14De bisschop regelde een huwelijk tussen de zoon van Otto, Gerard IV en Margaretha van Brabant. Een blijvende vriend van het Hollandse Huis was Otto niet want hij steunde na het overlijden van Dirk, Lodewijk van Loon in zijn strijd tegen de broer van Dirk, Willem I om Holland. Zijn zoon Otto werd na zijn dood bisschop van Utrecht van 1212 -1215. De eerste zoon Gerard IV volgde hem als graaf op.

Hertog Hendrik van Brabant dringt zich op in de vredesonderhandelingen tussen Willem en Lodewijk van Loon en de laatste werd na vredes-onderhandelingen in Brugge leenman van Zeeuwse gebieden. Zijn Ada zat echter nog in Engeland gegijzeld en dit had een prijs. Lodewijk kreeg in 1207 alleen zijn echtgenote Ada terug en verloor hiervoor Zeeland.


Ada van Holland 1188 -1234 (afbeelding)


De Loonse oorlog was van 1203-1206 waarin Frankrijk en de Hohenstaufen zich achter Lodewijk van Loon schaarden, Engeland en de Welfen steunden Willem I. In deze strijd waren vele edelen betrokken. In de strijd om de opvolging van Holland werden grote verwoestingen aangericht.

Willem bracht Lodewijk de beslissende slag aan de Zijl toe. Otto I graaf van Gelre en Zutphen heeft in zijn bestaan Gelre zeer machtig gemaakt door wisselend partijen achter zich te krijgen en veel oorlog te voeren. De strijd om de Veluwe maakte hem een geducht krijgsheer en ondanks grote overwinningen en steun van de keizer was Brabant machtiger.Tijdens zijn grafelijk gezag was van 1181-1207. Graaf Willem I had een familieband met Gelre, door zijn huwelijk met zijn dochter Aleid in 1197.

De steun aan de Welfen en dan weer Staufen wijzigde zich voortdurend bij de graven van Gelre, Holland en Brabant. De Duitse familiestrijd bracht veel spanning in de aangrenzende gebieden te weeg. Desondanks was de Brabantse politiek ten gunste van de keizer in de periode1198-1214 bepalend voor het verloop. Hertog Hendrik I steunde lang de Hohenstaufen en later Otto IV de Welf. Gelre en Holland dienden dit beleid te volgen. Het huwelijk met Maria van Brabant in 1214 en uithuwelijken van dochter Machteld aan Floris IV hebben de relatie tussen

Willem van Holland en hertog Hendrik hersteld en de partijen haalden hun voordeel. De Hollandse graaf zorgde dat beide partijen hem niets konden verwijten. Willem I en keizer Frederik II van Hohenstaufen waren goed bevriend en enthousiast voor de vijfde kruistocht(1213-1221). Beroemd is de inname van Akko. 15Frederik II kon echter niet mee wegens grote opstanden in Duitsland en Sicilië en ging pas in 1228 naar het Heilige Land om zijn belofte in te lossen. Daar kroonde hij zichzelf tot koning van Jeruzalem. 16


Keizer Otto IV.

Ruiterzegelen contrazegel van Willem I van Holland en Zeeland met het leeuwenschild.


2.Essink , 9 de heren van Cuijk waren rijksonmiddelijke vorsten.

3.Verkaik, 68.

4.Steurs, 70.

5.Steurs, 84.

6.Ter Veen, 132-133 landbouw en lagerechtspraak.

7.Graven van Kleef Diederik VI van Kleef enDiederik van Kleef , graaf van Hülchrath, Otto van Kleef, welkemeededen is niet bekend.

8.Nieuwsbrief SHOH 2007.

9.Henk ’t Jong 114, de tollenkrans vanafde grenzen met Sticht, Gelre en Brabant.

10.Het overlijden van de Welfenkoning Hendrikde Leeuw in Italië maakte het Hendrik VI mogelijk om eigengezagsdragers aan te stellen en een doorgang naar het Heilige Landte waarborgen. Sicilië was door een huwelijk bij het rijk gevoegd.

11.Hendrik IV keizer van 1084-1106 van deSalische dynastie.

12.http://members.home.nl/pushkar/oranje14.html Reinaldis van Ditzhuyzen. Nederland van 1000-1600 De Boer, Graven van Holland 63.

13.’s-Hertogenbosch had in 1184 stadsrechten gekregen.

14.t’jong 2000 marken, 130.

15.’t Jong 172-175 ’.

16.Fredrik had na zijn huwelijk in 1225 metIsabella II van Brienne van zijn schoonvader Jean het koningschap opgeëist.


Keizer Hendrik IV en Paus Gregorius VII

De Paus werd over zijn wereldlijke macht in de 11eeeuw zwaar bekritiseerd door een Noord Italiaanse stroming gehetende Ghibellijnen. De Duitse koningen en keizers uit de Salische dynastie ondervonden vanuit deze groep steun tegen de Paus in de Investituurstrijd. Duits keizer Hendrik IV, koning vanaf 1056 en keizer van 1084-1105, bond de strijd aan met paus Gregorius VII. Hij pakte het radicaal aan. Hij zette de paus af en benoemde een tegenpaus. Hierop volgde een banvloek en Hendrik trok zijn maatregelen in omdat belangrijke bisschoppen en vorsten de banvloek steunden.  De paus eiste excuus. Hendrik IV moest buigen en vertrok naar Canossa om de paus om vergiffenis te vragen en die werd hem nadrie dagen buiten wachten in de sneeuw verleend. De vergiffenis en het opheffen van de banvloek brachten Hendrik IV en zijn zoon niet tot andere gedachten. Zij bleven zich verzetten tegen het verlies van de investituur van bisschoppen tot het concordaat van Worms definitieve besluiten maakte in 1122. Daar werd besloten dat de keizer de benoemingen van bisschoppen aan de kerk moest overlaten.

De paus Innocentius III kroonde een tegenkeizer de Welf Otto IV in 1209. Dit kreeg een ongelukkig einde. Otto verloor de strijd in de slag bij Bouvines en moet plaats maken voor macht van de Hohenstaufen koning Frederik II. Het koninkrijk Sicilië is Hohenstaufen gebied. De Welfen hebben nog grote noord Italiaanse gebieden en nemen midden 13eeeuw de Ghibellijnen hun macht in Italië af.

De slag bij Bouvines 1214 werd een nederlaag voor keizer Otto IV tegen de Franse koning en de aangesloten Staufen geleid door Frederik II.

Het is een massale escalatie in de Welfen Hohenstaufen strijd wegens hun deelname in de van oorsprong ontstane strijd van Frankrijk tegen Vlaanderen Otto IV steunde met schoonvader Hendrik I van Brabant, Willem I van Holland en het geld van de Engelse koning Jan zonder Land de graaf van Vlaanderen. De Franse koning Filippe Auguste werd door de Hohenstaufen gesteund.1 In de vreselijke slag worden Otto IV en zijn kompanen verslagen. Otto vluchtte met zijn vrouw Maria van Brabant naar Keulen, waar zij door grote speelschulden uitgezet worden en opnieuw vluchten.

In 1218 overlijdt Otto aan de misère van een darmstoornis. Brabant en Willem verlaten de verliezers en sluiten zich aan bij de Staufenkoning Frederik II. Het geslacht der Hohenstaufen zal pas na 1138 de gehele koninklijke en keizerlijke macht krijgen. Ook zij erkenden geen pauselijk gezag en Frederik II voerde een strijd tot aan zijn dood.


5.2 Overzicht Hohenstaufen en Welfen

Koenraad III, hertog van Zwaben koning1138-1152 geen gekroonde keizer

Keizer Frederik I Barbarossa, koning 1152-1190, door paus gekroond keizer vanaf 1155

Keizer Hendrik VI, koning van Sicilië en Napels 1190-1197, keizer vanaf 1191-1197

Filips van Zwaben, broer van Hendrik VI, koning van Duitsland 1198-1208,vermoord door Paltsgraafvan Wittelsbach

Huis Welfen

Otto IV, hertog van Zwaben, koning van 1198-1208, keizer van 1209-1218 koningskroning te Aken, keizers kroning te Rome door paus Innocentius III. afb.

Hohenstaufen

Keizer Frederik II, zoon van Hendrik VI, koning van Sicilië in 1198, koning van Duitsland 1212-1220, keizer 1220-1250

Koenraad IV, koning 1237-1254


Welfen contra de Hohenstaufen de geschiedenis.

De Hohenstaufen keizer Hendrik VI overleed in 1197 op 31 jarige leeftijd. De beoogde opvolger is zoon Frederik was pas drie jaar. Zijn moeder Constance van Sicilië besloot geen aanspraken op de Duitse troon te maken en na een concordaat met paus Innocentius III wordt Frederik koning van Sicilië.2 De paus wordt als leenheer erkend en de koninklijke toestemmingsrechten worden geminimaliseerd. Na haar dood nam hij de voogdij van Frederik op zich. De Duitse vorsten kiezen Filips van Zwaben tot koning en de kroning vond plaats in Mainz. De anti-Staufen gezindte vorsten verhieven De Welf Otto IV van Brunswijk tot tegenkoning. De keuze is nu aan de paus wie krijgt zijn genade? Filips weigerde de paus als leenheer van Sicilië te erkennen en dan kiest de paus voor de Welfen en Otto wordt in 1209 tot keizer gekroond. Toch is de voorspoed voorbij, hij verspeelde de pauselijke steun door zich de Italiaanse gebieden weer tot eigendom te maken. De afspraken waren al gemaakt en hij huwt de 14 jarige Beatrix van Zwaben in 1212 dochter van wijlen koning Filips die in dat zelfde jaar na drie weken overleed. Paus Innocentius III ontstemd spreekt dan de banvloek over Otto uit wegens zijn onbeschaamdheid over het Italiaanse gebied. Duitsland is zeer verdeeld en in de ontstane burgeroorlog in het Rijk wordt in 1212 Frederik van Sicilië tot tegenkoning verkozen en in Mainz gekroond met doel het keizerrijk over te nemen. Dit kan alleen maar met geweld. De partijen ontmoeten elkaar in de slag bij Bouvines. en na de nederlaag moet Otto met zijn tweede vrouw Maria van Brabant vluchten. Otto was maar een korte periode keizer tot 1215 het jaar waarin Frederik te Aken voor de tweede maal de koningskroon krijgt en in 1220 keizer wordt. Rust en stabiliteit is er in zijn rijk nog lang niet, Frederik II kreeg zijn handen vol aan opstandige gebieden. Vanuit strategisch oogpunt bevestigde hij Willem I met de rijksleen van het graafschap Holland al in 1213. Door deze verbintenis kwam Willem los van de leenverbintenis met Brabant en werd een dankbare volgeling van keizer Frederik II.


5.3 Brabant en de familie van hertog Hendrik I

Ondanks de mislukte inname van Leuven en de voortdurende strijd met de daaraangestelde bisschop, regeerde Hendrik I met de titel hertog vanLotharingen en Brabant met rechten over Maastricht. Zijn wapen werd de gele leeuw op een zwart veld. Hij huwde Mathilde van Boulogne (1161-1211) maar Mathilde stierf na een ziekte in 1211.

Met haar kreeg hij zeven kinderen waaronder; Hendrik II (1207-1248), Maria (1189/90-1260) en Machteld. Dochter Machteld werd zeer belangrijkvoor het geestelijk leven in het graafschap Holland. Maria weduwe huwde op 24 jarige leeftijd keizer Otto IV. De andere kinderen van Hendrik en Mathilde zijn  Adelheid en Godfried van Leuven-Gaasbeek.

Een tweede huwelijk wordt met Maria van Frankrijk gesloten. In dit huwelijk kregen zij twee kinderen. Dochter Elizabeth huwt Diederik Primogenetius, hij is de zoon van Diederik IV/VI van Kleef en Maria die helaas jong is overleden.


Hendrik I in het graf in de St. Pieterskerk te Leuven. Daar  zijn wel de ouders maar niet alle kinderen begraven.

Hier rusten hertog Hendrik I en Mathilde van Boulogne, hun zoon Hendrik II van Brabant,“de Edelmoedige”, ca. 1200-1248. Hij was gehuwd met Maria von Schwaben von Hohenstaufen (1196-1235) een koningsdochter van Filips von Zwaben. Maria van Brabant wordt in 1260 ook in het familie graf opgenomen.

Margaretha van Brabant (†1231) was getrouwd met Gerard III van Gelre. Zij  werd begraven in Roermond de tweede hoofdstad van Gelre. Dochter Machteld (Mathilde) van Brabant(1200-1267) was getrouwd met Floris IV van Holland (1210-1243)  werd in het cisterciënzer klooster in Loodsduinen in 1267 begraven. Floris kwam te liggen in de Abdij van Rijnsburg. FlorisIV van Holland werd geboren op 24juni 1210 en stierf tijdens een toernooi in Corbie op 19juli 1234. Hij was van 1222 tot 1234 graaf van Holland.Geboren als  zoon van Willem I en Aleid van Gelre


Religieuze vorstinnen

Machteld van Brabant was twee maal getrouwd. Op 12 jarige leeftijd trouwde zij in 1212 met de Welf Hendrik IV van Brunswijk, een paltsgraaf aan de Rijn die 16 jaar oud was. De palts was een niet aaneengesloten vorstendom aan weerszijde van de Rijn en werd als keurvorstendom erkend. 3Hij koos in het verdeelde Duitsland als Welf de zijde van koning Frederik II.4 Dit was slechts voor een korte periode want na twee jaar overleed Hendrik IV in 1214 op 17 jarige leeftijd en Machteld was toen 14 jaar. In dat zelfde jaar verloofde zij zich als weduwe met de 4 jarige Floris IV en er volgde een huwelijk met de Hollandse graaf. Zijnvader Willem I was rijk en hertog Hendrik I eiste, dat bij een gesloten huwelijk met Floris, Machteld jaarlijks vanaf de huwelijksdatum 500 ponden per jaar zou ontvangen.5

Dit was een aanzienlijke som en leek een buitensporige eis. Graaf Willem I, aanvaardde deze eis want hij bezat veel grond en betaalde de jaarlijkse bijdrage uit de inkomsten van de Riederwaard.6 Floris IV die op 12 jarige leeftijd, in 1222 zijn vader opgevolgd was trouwde in 1224 in Antwerpen. De vechtlustige Floris bezocht menig toernooi. Tien jaar later overleed Floris IV aan de verwondingen die hij in een steekspel in Corbie opliep.

Machteld leefde daarna nog 33jaar en bleef ongehuwd. Haar aandacht ging uit naar soberheid en liefdadigheid. Zo begunstigde zij de cisterciënzer orde, het Haarlemse karmelietenklooster en diverse begijnhoven.7Machteldwordt altijd beschreven als een zeer vrome vrouw die in staat isgeweest een band te scheppen tussen bedelorden en het gravenhuis Holland. 8

Maria van Brabant, de eerste dochter van Hendrik I van Brabant was na veel omhaal uiteindelijk gehuwd met Otto IV van Brunswijk de Welfen keizer van het Heilige Roomse Rijk. Zij verloofde zich op de dag van de kroninn. Het plechtige huwelijk vond plaats in de St. Servaaskerk te Maastricht, zonder de aanwezigheid van keizer Otto. Alvorens zij een huwelijk kon aangaan had zij onder dwang van de paus de verloving met koning Frederik II verbroken. Het verloop is eerder beschreven de afgezette keizer Otto overleed van ellende 4 jaar na de slag bij Bouvines in ballingschap en werd zij op haar 30ejaar huwelijkskandidaat voor de 45 jarige graaf Willem I van Holland die na het overlijden van Aleid van Gelre tijdens zijn kruistocht, zowel een aantrekkelijke schoonzoon als bondgenoot was. Zo werd zij in 1220 van schoonzuster stiefmoeder. In die tijd was het huwelijk met een man uit een lagere rang zeer ongewoon. Hertog Hendrik zocht op allerlei manieren de gelegenheid om zijn macht uit te breiden en het standsverschil was voor hem niet meer belangrijk.

Het huwelijk met Willem I duurde van 1220-1222 en zij kregen geen kinderen. Floris IV was toen 12 jaar en huwde in 1224 haar jongere zuster Machteld. Hij was al vanaf 1214 met haar verloofd.

Maria had al tijdens haar huwelijk met Otto IV al bestuurlijke taken overgenomen. Ook in haar huwelijk met Willem I regeerde zij mee. Voor haar inkomsten, op de weduwegoed, ontving zij de leen en tol van Dordrecht. Er is niet beschreven wat haar activiteiten waren in Dordrecht, zij was er regelmatig. 9  Dordrecht had uitgebreide stadsrechten gekregen van Willem I in 1220 en die zal zij dan ook wel benut hebben. Maria woonde in Dordrecht en Helmond en genoot van een rijk cultureel leven. Dordrecht werd in 1200 Brabants erfleen van de graaf van Holland.10 Dit betekende dat de graaf leenman voorrechten zoals stadsrechten kon geven en van aanzienlijke inkomsten kon genieten.

De Loonse oorlog had veel verschuiving van eigendom te weeg gebracht, maar na de overwinning in 1206 komt het leen weer terug aan Willem. Keizer Otto IV had het hele graafschap aan Holland in rijksleen gegeven een groot privilege want Willem was voorheen leenman van Brabant. Na Bouvignes 1214 steunden Hendrik en Willem de Zwaben en Willem trouwde weduwe Maria van Brabant. Otto IV stierf eenzaam aan dysenterie in ballingschap.

Na het overlijden van Willem in 1222 neemt de voogd van Floris IV vier maanden bestuurlijke taken over en daarna begint hij bijgestaan door edelen zijn regeerperiode. Hij hield van toernooien en oorlogsgeweld schuwde hij niet. Door zijn huwelijk met Machteld ontstond er een stevige band met Brabant.

Na de oproep van de paus in 1233 volgden de hertog van Brabant Hendrik II, de graven van Holland en Gelre, Vlaanderen en Kleef in 1234 de eerder in 1233 verslagen Hendrik zoon van Frederik II in de kruistocht tegen de Stedingers. Deze Stedingers woonden in een gebied boven Bremen en  hadden zich opstandig getoond tegen hun heren. Zij weigerden tienden te betalen, gedroegen zich godslasterlijk en beledigden de bisschop van Utrecht door kerken te plunderen en priesters te mishandelen. De binnengetrokken legers straften hen onbarmhartig met de dood en verbanning.


1. Duby 33.

2. Frederik was al tot erfopvolger verkozen door de Duitse vorsten. Na de verzaking van zijn moeder werden andere kandidaten voorgesteld.

3. De paltsgraaf bezat het recht de Rooms-Duitse koning te kiezen.

4. Frederik II was van 1220-1250 keizer vanhet Heilige Roomse Rijk.

5.Inkomsten uit Rederweerde, het hof te Haarlem en Aarlanderveen.

6. In de oorspronkelijke Riederwaard lagen de ambachten IJsselmonde, Barendrecht, Carnisseen Pendrecht.

7. Maria zorgt voor de opname van de abdijvan Binderen, Machteld sticht met FlorisIV een eerste cisterciënzerklooster in Loosduinen. Mogelijk dat zij enige tijd na het overlijden van haar man Willem enige tijd in het klooster te Rijnsburg verbleef. ( Nieuw Ned. Biografisch woordenboek) Obreen.

8. Machteld van Brabant Resources Huygens ING.

9. Herwaarden, 24.

10. Geschiedenis van Dordrecht 24.


Lees verder in Holland 1100-1300


 

Sectie Historisch Onderzoek "Hollant"